20100130

En dan nu even iets over goedverdienende muzikanten uit de Joe Es of Ee

Zat vandaag lekker ouderwets naar TMF te kijken (waar was Fabienne met de dag top 5?), en twee dingen vielen mij op. Die twee dingen hadden allebei te maken met uit Amerika afkomstige muziek, genoeg cohesie voor een logje, lijkt me zo.

1. (Één!) En de nobelprijs voor de vrede gaat naar...

Drake! Nooit van gehoord? Ik ook niet, tot vandaag. Wat blijkt: de beste man heeft het voor elkaar gekregen een single uit te brengen. Tot zover niets nieuws. Maar! Op dat nummer featuret hij niet alleen Lil'Wayne, maar ook Kanye West én Eminem. Ik hoor u denken: wat? Drie hiphopmastodonten in één clip? Zijn er doden gevallen? Nou, nee dus. De heren hebben keurig een nummer opgenomen waarin ze alledrie één coupletje mochten rhymen. Zoveel samenwerking tussen op leven en dood concurrerende gengstaas, ik zeg: Zweden, kom maar door met die Nobel Peace Prize!




En dan 2. (Twee!) De eerste pratende k** die me weet te overtuigen

Normaal gesproken valt er niet veel te verwachten van glijend dansende Amerikaanse zangers met te strak getrimde ringbaardjes (denk: Usher, Chris Brown, Ne-Yo), behalve dan dat ze al even glibberige muziek maken met bijbehorende clipjes-met-mooie-meisjes waarin ze vooral veel moeilijke gezichten trekken. Maar hé, in comes Jason Derulo, mét ik-ben-aan-het-poepen-gezichtsuitdrukking en hoedje dat hij van zijn hoofd pakt als hij danst. Maar hij heeft een nummer gemaakt dat "Watcha Say" heet, en dat al dagen in mijn hoofd zit. Waarom is het dit keer wel verteerbaar? Geen idee. Het zal de lekker bombastische orkestratie zijn. Doet er ook niet toe: this ish is the shit!

20100127

Poesje mauw, kom eens gauw, ik heb lekkere melk voor jou. En voor mij...


Rijstebrij! Jawel! Was altijd mijn favoriet als ik bij oma ging eten, en nu kunnen u en ik het zelf maken, want oma heeft haar recept aan mij doorgeklapt. Nomnomnom! En voor je jaarclub doe je alles keer twee, duh.

Breng 0,5 liter melk aan de kook, met 1 zakje vanillesuiker en 1 eetlepel rietsuiker. Als de melk kookt voeg je 50 gram dessertrijst toe, en laat je de boel 20 minuten zachtjes doorkoken. (en dan dus niet rustig GTST gaan zitten kijken: af en toe van die luie ass komen om de boel door te roeren. Anders krijg je vieze omavellen in je pap)
DAN! Los je 2 eetlepels custardpoeder op in een beetje melk. Goed roeren tegen klontjes. Als de pap 20 minuten gekookt heeft, roer je het custardmengsel er doorheen et voilà: prima pap.

Altijd eten met: verse frambozen OF frambozen op sap OF bosbessen OF in water gewelde gedroogde pruimen. Prima binnen te houden!

20100113

Opbouwende kritiek - wie houdt er niet van?

Zoals mijn trouwe lezers weten, ben ik sinds kort lerares. Deze week moest ik bij al mijn leerlingen enquêtes afnemen, waarbij ze leuke open vragen moesten beantwoorden. Nu zijn leerlingen (en dertienjarigen in het algemeen) sowieso al een onuitputtelijke bron van hilariteit, ditmaal overtroffen ze zichzelf. Daarom, omdat ik u die glimlach niet wil onthouden, hieronder een greep uit de opbouwende feedback die ik mocht ontvangen.

Op de vraag "Wat doet mijn klas GOED in de lessen van deze docent?":

"Naar de wc gaan."

"Overal kritiek op geven."

"Ademen."

"Naar huis gaan als de les is afgelopen."

"Rode kaarten krijgen."


En onder het kopje "Overige opmerkingen":

"Ga zo door, Willem! Dan ga je cum laude over naar groep 7."

"Hoi"

"Ik vind Nederlands EINDELIJK LEUK!"

"Leuke twitter!"

"Willem is altijd goed gekleed en heeft coole schoenen."

"Joehoe!"

"Je doet het best aardig voor je eerste jaar..."


Nou, van je leerlingen moet je het hebben! :-)

20100111

Het is altijd lente...


Ja hoor, aan het rijtje drama's onder de titel "Auw!, of Avonturen in de Wondere Medische Wereld" kan weer een hoofdstuk worden toegevoegd: De Tandarts. Al een jaar lang had ik twee enorme joekels van kiezen in mijn onderkaak liggen. Die kiezen riepen in koor: HIERRRR ZIJN WE! Gepaard gaande met gestrekte armen en vuisten. De overige kiezen in mijn kaak reageerden met: JA HO EENS EVEN! WIJ WORDEN ONGEZELLIG TEGEN ELKAAR AANGEDRUKT! Mijn tandarts heeft er nog een groepstherapietje tegenaan gegooid, maar het mocht niet baten. Mijn kiezen lagen in scheiding.

En afgelopen vrijdag was het zover: de scheidingspapieren zouden bij de tandarts getekend worden. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. De bovenste kies vond het allemaal prima: binnen vijf minuten stond de handtekening en was de kies verhuisd naar een plastic doosje. Maar de onderste kies had er weinig zin in. Hij verschool zich onder een dikke laag tandvlees, die eerst weggesneden moest worden. Daarna weigerde hij mijn kaak los te laten.

"Toe nou, kies", sprak mijn tandarts nog. "Laat nou gaan, joh. Er zit geen toekomst in deze relatie." Maar nee hoor: geen beweging in te krijgen. Pas na veertig minuten (40!) klinkt er een luide "krak!"; de laatste woorden van mijn kies.

Hoe het daarna ging? In het kort: hechtingen (3), paracetamol (+/- 24), ontstekingen (2), pijn (1.000.000), extra bezoekjes aan de tandarts (1). Dat wordt dus lachen over drie weken, als de andere kant aan de beurt is. Pfff...

20091230

De soundtrack van 2009 - de platen die 2009 de moeite waard maakten

Justice – A Cross The Universe
Het jaar begon goed, toen mijn neefje me de DVD van Justice in de hand duwde. ‘Jij houdt toch zo van Daft Punk?’, vroeg hij. En toen ik bevestigend antwoordde: ‘Nou, hier. Alsjeblieft.’ Justice, dat zijn die andere twee fransen, die electropop maken. Werkelijk, het enige dat me aan hen tegenstaat is het feit dat ze gggristelijk zijn, en daar nogal mee te koop lopen . Maar ik krijg er nooit genoeg van, die kinderkoortjes die schreeuwen: We! Are! Your friends! You'll never be alone again! Ook al schreeuwen ze dat waarschijnlijk in de naam van God...

De Jeugd van Tegenwoordig – De Machine
Oh! Ik kan niet uit over de genialiteit van mijn vrienden van De Jeugd. Grappigerwijs (is dat een woord? nee, het is een neologisme) kocht ik de cd van het allereerste geld dat buma/stemra me uitkeerde sinds ik officieel een Zelfstandig Opererend Muzikant ben, en kon mijn lol dan ook niet op toen Buma in me zak voorbij kwam. Buma in me zak, movin' on up, ik zeg het je! Want wat is er nou beter dan je buma incasseren en er een flinke portie pak van kopen? Juist: er een geniaal nummer over schrijven! Maar ook pareltjes als Applaus (schudden met die kut!) en natuurlijk het door Nico Dijkshoorn bejubelde liefdesliedje Niet als jouw mogen er zijn. Mijn persoonlijke favoriet: Bertje vs. Yayo, over brak-zijn. Ondanks dat zijn vrienden hem aan zijn kop zeuren, houdt Bertje bijna drie minuten vol dat hij écht te brak is om mee uit te gaan ('coupletje twee, nog steeds ga ik niet mee'), maar dan breekt hij. 'Come on, Bertje Bertje, come on!' 'Nee...' 'Come on, Bertje Bertje, come on!' 'Nee... oké.' Zelden zulke herkenbare lyrics gehoord.

Kanye West – 808’s and Heartbreaks
Deze zomer bracht ik de post rond, en had ik deze op mijn ipod staan. Op endless repeat, welteverstaan. Al jaren ben ik grote fan, maar dit keer brak mijn klomp. Kanye heeft een album gemaakt waar NIET OP WORDT GERAPT! Ik bedoel: Sinterklaas die geen cadeautjes uitdeelt, de Pfaffs zonder real-life-soap, Wilders die geen tergend domme uitspraken doet... het lijkt schier onmogelijk! Maar niets is minder waar: Kanye West heeft een fantastisch album gemaakt, waarop hij meer van zichzelf prijs geeft dan ooit tevoren. Belangrijkste thema's: onzekerheid, en de keerzijde van de roem. Het album opent met de profetische regel: 'my friend shows me pictures of his kids, all I can show is pictures of my cribs.' En die toon blijft gehandhaafd. Mijn favoriet: Street Lights. Om ontzettend treurig van te worden - in de goede zin van het woord.

Florence and the machine - Lungs
Heb ik helemaal sufgedraaid in het al even suffe Ostrava, Tsjechië. Fijne stem, mooie arrangementen (harp! ja! harp!), teksten over het aanranden van kleine meisjes, kortom: alles om mij als muziekliefhebber blij te maken. Mijn favoriet: Florences cover van You got the love. Oké, live kan ze een beetje eng zijn, maar zeg nou zelf: die bilpartij is niet vervelend om naar te kijken, toch?

Peter Fox - Stadtaffe
Het bewijs dat Duitsers niet alleen bockworstetende schlagerliefhebbers zijn. Geef er één een drumband, en hij blaast je de oren van het hoofd. Die Peter Fox met z'n apenmaskers en zijn prachtige Duits, die kan bij mij een potje breken. Ik ging van dit album houden toen ik mijn toyota starlet kocht en er gratis Tokkiewoofers in de hoedenplank bij kreeg geleverd. Damn, wat klinkt dat puik! Maar we wisten natuurlijk al lang dat Duits hard het beste klinkt... favoriet: Der Letzte Tag. Luisteren allemaal, sofort jetzt!

Wolfmother – Cosmic Egg
Aanvankelijk vond ik het he-le-maal niks, dit tweede album van Wolfmother. Reden? Riff na riff aan elkaar geplakt met dikke rifflijm. Maar doe eens gek: na de tiende keer luisteren vond ik het stiekem al te gek, en na honderd keer luisteren is dit de soundtrack geworden van de roman die ik aan het schrijven ben (waarover later ongetwijfeld meer). Goed materiaal om op te schrijven. Favoriet: Caroline. Inspireert altijd.

Beirut – The Flying Club Cup
En dan de laatste vondst van dit jaar: Beirut. Kreeg ik cadeau van vriendlief, en het is perfect materiaal om op naar huis te rijden op een koude winteravond. Lees: Sufjan Stevens meets your local gipsy orchestra. Alsof je de soundtrack van een oost-europese Amélie luistert. Doe han ook: de juiste afsluiter in donkere dagen.

Rock on to 2010, y'all!

20091116

Een kat in het nauw voelt zich meestal lekker veilig...


Mijn kat begon stressverdrag te vertonen. Jeweet, zoals die arme ijsberen in dierentuinen: van de ene hoek van het verblijf naar de andere heen en weer rennen. Daarbij begon hij kabels door te knagen, meubilair te shredden met zijn nagels, en alle keukenkastjes leeg te halen op zoek naar voedsel. Kortom: hij was niet te handhaven. Tijd om hem naar buiten te doen.

Ik dacht: ik heb een stoere mannetjespoes. Ik zet de voordeur open, dan springt-i naar buiten als een jong veulen in de wei, en mag ik hopen dat hij terugkomt. Maar nee hoor: ik zet de deur open - niets. Eisenhower komt niet eens in de buurt van de deur. Ik geef hem een duw in de goede richting - hij rilt, kijkt me geërgerd aan en rent langs mijn benen weer naar binnen.

Fijn. Mijn kat is een mietje.

Dan ga ik het anders aanpakken. Ik til Eisenhower op, en leg hem uit wat hem te gebeuren staat. 'Kijk, Eisenhower', zeg ik, 'we gaan je laten wennen aan je nieuwe territorium. Van nu af aan gaan we elke dag op therapeutische basis naar buiten. Samen, jij en ik.'

Eenmaal buiten doe ik de voordeur achter ons dicht. Eisenhower kijkt me met grote angstogen aan, snuffelt even aan de dichte deur en slaakt een wanhopige "maaaaaaaaauuuuuw?". Ik ga één meter bij hem vandaan zitten en probeer hem te lokken. 'Kom maar hier, Eisie, kom maar.' Tergend langzaam tijgert hij met trillend achterlijf richting mijn hand. Onderweg nog vijf doodskreten. Eenmaal bij mij aangekomen kijkt hij me wantrouwend aan en zet pardoes zijn nagels in mijn uitgestrekte hand.

Fijn. Mijn kat is een hypocriet mietje.

Wanneer we zo vier meter hebben afgelegd, buiten op de balustrade, pak ik Eisie weer op en gaan we naar binnen. Nog een uur zit hij trillend in een hoekje, duidelijk getraumatiseerd. Als Martin Gaus ook assertiviteitstrainingen voor katten had gegeven, was ik er meteen heengegaan. Sjezus!

20091101

Muse - The Resistance (een heel genuanceerde albumbespreking, y'all)

Het lijkt me duidelijk dat ik de laatste persoon ben die het nieuwe album van de Britse band Muse zou moeten recenseren. Laten we wel wezen: Origin Of Symmetry maakte dat ik op veertienjarige leeftijd op weg naar huis pardoes tegen geparkeerde auto’s opfietste – en opeens graag een rondje om reed. Jarenlang was ik heimelijk verliefd op Matt Bellamy en studeerde ik me het leplazarus om zijn piano-intro’s machtig te worden. Hoe dan ook: ik kan niet geheel objectief luisteren.

Ik hield van Muse zoals ik van mijn eerste vriendje hield, en nog altijd heeft de band een tuintje in mijn hart. Maar in de loop der jaren (en albums) heb ik mijn mening over de band toch danig bij moeten stellen. Naarmate de rockcarrière vorderde, groeide de megalomanie en de kitscherigheid van de composities. Kitsch waar zelfs ik (met mijn roze huis) zodanig van walg dat ik na het uitkomen van Black Holes & Revelations even heb overwogen om mijn liefde voor Muse aan de wilgen te hangen.

De grote vraag is natuurlijk hoe The Resistance die lijn doortrekt of doorbreekt. Tijdens het luisteren heb ik me, net als bij de laatste twee albums, weer lekker op z’n Jan Mulders doodgeërgerd. De torenhoge ambities van de band verzanden weer vaak in totale belachelijkheid. Zo denkt Matt dat hij respectievelijk Freddy Mercury (United States of Eurasia – alleen het snorretje ontbreekt), Beethoven (de laatste drie nummers vormen samen een symphonie, vindt Matt - I rest my case), Fransoos (Mon Coeur S’Ouvre A Ta Voix heet het meesterwerkje waarop Matt in zijn beste Frans zoete liefdeswoordjes fluistert. Ongeveer net zo Frans als het Nederlands van Goldmember in Austin Powers - jeweet) en de nieuwe winnaar van de nobelprijs voor de vrede is (wederom Eurasia – luistert lekkert naar de tekst). Niet erg bescheiden – en dan ben ik nog niet eens de ergste calvinist die ons land kent.

Al jaren erger ik me ook aan de zich constant herhalende akkoordsequensen die Matt en consorten maar niet los kunnen of durven laten. Het maakt de nummers compleet voorspelbaar, symfonieorkest of niet. Aan die "symfonie" wil ik overigens slechts twee goedgemikte woorden vuilmaken: gebakken lucht.

Uit bovenstaande lijkt de liefde voor Muse voor eeuwig te zijn begraven onder een dikke laag slijmerige kitsch. Toch is niets minder waar. Ik beluisterde The Resistance voor het eerst op de fiets op weg naar school (waar ik inmiddels lesgeef, dat wel), en o wonder: ik knalde halverwege tegen een stilstaande medefietser aan. Hoe dat kan? Als volgt.

Godzijdank doet Muse op deze cd waar ze goed in is: moddervette riffs neerzetten waarvan elk meisje met smaak onmiddellijk van haar stoel afglibbert. Op het moment dat Unnatural Selection begon, had ik plots het grote JA-gevoel, inclusief onwillekeurige glimlach. Gewoon, dikke gitaarriffs van kwaliteit – zoals we het gewend zijn van Muse.

Maar het meest, best, grootst, allergeniaalst aan deze plaat is toch wel het nummer I Belong To You. Het funkt de pan uit, en even afgezien van het belabberde franse intermezzo van Matt, is het een fantastische dansplaat. En als bloedrode kers op de slagroomtaart is daar een briljant getimede (en gespeelde) basklarinetsolo. Hulde! Kan ik uren naar luisteren!

Mijn haat-liefdeverhouding met Muse neigt weer enigszins de goede kant op te gaan. Oké, Matt zit nog altijd op een gesloten afdeling met het idee dat hij Napoleon is, maar hij schrijft prachtige brieven. Wat mij betreft is het weer aan.

20091004

Vijftien miljoen shoppers, op dat hele kleine stukje...

Iedere zichzelf respecterende koopverslaafde was erbij: de Drie Dwaze Dagen. Als je een fetisj hebt voor touwtrekkende, gillende vrouwen dan zit je het eerste weekend van oktober meer dan gebakken in de Bijenkorf. Dit jaar heb ik het helemaal bont gemaakt: ik ben donderdagochtend om zeven uur in de auto gestapt om in de rij te gaan staan... Nog bonter: ik ben zaterdagmiddag terug gegaan, louter omdat de Moleskine notebooks in de aanbieding gingen. Nog veel bonter: vanmiddag ben ik teruggefietst voor de Alles-Moet-Weg-Dag. Met nog meer korting, ja. De score?

$$$ een grijs gebreid jurkje van Soaked

€€€ twee nieuwe bakjes voor mijn Japanse servies

£££ een lippenstift van Revlon (voor 2,50!)

$$$ een roze notebook van Ciak (zo één)

€€€ vier moleskine notebooks

£££ drie Jordi Labanda notebooks (I know: zoveel schrijf ik in zes rock-n-roll-carrières nog niet vol aan memoires, maar ik ben zo dol op lege notebooks...)

$$$ twee Björn Borgs met sixties-print

€€€ een Otazu-armbandje (met olifant!)

£££ een grijze ribbelmaillot

$$$ Rituals doucheschuim (kersenbloesem, nomnomnom)

En natuurlijk een hele berg van die vervelende, gele plastic tasjes.
Kunnen we weer een jaar vooruit...

20090927

Limburg, die poliep die in de neusholte van ons land hangt...

Het fijne (of ja: fijn…) van kutoptredens is dat het zo fijn blogs schrijven is naderhand. Maar verder is het toch vooral kut, die kutoptredens – excuse me for my German accent. Op mijn vijftiende was ik nogal fan van Muse, die ergens op hun debuutalbum de onsterfelijke regel zongen: “We have played in every toilet.” Nou, wij ook.

Afgelopen vrijdag togen we in het kader van de Popronde naar Maastricht. Dat is drie uur rijden, maar hé: ik heb net een nieuwe auto, dus dat rijden vind ik niet eens zo erg. De kroeg waarin we zouden spelen was er één van Iers allooi – er werd volluit Strongbow en Guinness getapt. Kan niet stuk, die sfeer, zou je denken. Achterin was een podium waar we onze zooi opbouwden. Een technicus (of iemand die überhaupt wist welke stekker waarin moest) was niet aanwezig, en dus was het geluid maar zo-zo. Geeft niet, staat een weergaloos optreden niet in de weg. Snel trokken we onze discoleggings aan in de wc, en hingen onze gitaren om. Klaar voor de start. Keihard beginnen we aan ons eerste nummer. Als het afgelopen is kijken de stamgasten aan de bar ons aan en…

…doodse stilte.

We werden niet eens “gewoon” genegeerd, nee: we werden genegeerd zoals je een zwerver negeert die met zijn alcoholistenaura ongevraagd bij je komt bedelen terwijl je met je date op een terrasje zit. Na het tweede nummer: idem dito. Dit keer begint de kroegbaas (onvervalste Ier met nog onvervalster Maastrichtse tongval) uit medelijden in zijn eentje te klappen, maar stopt daar abrupt mee wanneer hij door de hele kroeg met een blik vol minachting wordt aangestaard. Ik probeer vanaf het podium nog een grap te maken om de bierdrinkers onze kant op te lokken, maar als dezelfde minachting die de kroegbaas trof mijn kant op walst weet ik: dit gaat ‘m niet worden.

En dan duurt een uur opeens lang. Nummer na nummer persen we eruit, en na elk nummer dezelfde genante stilte. Ik moet er bijna om lachen, ware het niet dat het ontzettend treurig is. De laatste tien minuten komen er opeens een paar pubers onze kant op geschuifeld, zich duidelijk bewust van de blikken van de overige gasten. Ze beginnen zowaar te klappen, met z’n drieën. Helaas: het is alweer tijd voor ons laatste nummer.

Wanneer we onze set afbreken is de kroeg opeens stampvol. Als ik probeer met wat trommels de buitendeur te bereiken, krijg ik spontaan een elleboog in mijn gezicht. Het meisje dat bij de elleboog hoort draait zich om en schreeuwt in plat Mestreechs: “Waarom kunnen muzikanten niet gewoon even vragen of ze er langs mogen? Stelletje asocialen!” Dat is de spreekwoordelijke druppel. Zodra ik buiten op de stoep tussen de rokers sta, hef ik mijn handen ten hemel en roep ongegeneerd: “Ik HAAT Limburgers!” En ik meende het ook nog.

20090917

We love you critics, we do! We love you critics, we do! We love you critics, we do, oh, critics we love you!

Recensies en recensenten – eigenlijk moet je er natuurlijk geen woord aan vuil maken. Maar na zes jaar spelen in een band begin ik er de lol van in te zien, van dat gerecenseerd worden. En nee: dit wordt geen stuk over het feit dat alle recensenten gefrustreerde, zure no-no’s zijn. Dat is al vaak genoeg gezegd. Nee: hier een log over zes jaar zin en onzin in de kritieken.

Het meest lachwekkende aan recensies is de schiere willekeur waarmee geoordeeld wordt. Neem nou – om even persoonlijk te beginnen – mijn zang. Mijn vriendlief zegt altijd liefkozend dat ik zijn “kettingzaagje” ben (en niet zonder reden). Nou klink ik inderdaad niet altijd even gepolijst, maar ik zing zuiver – dat mag ik toch wel zeggen. Hoe denken de heren recensenten over mijn zangkunst? “De zangeres heeft een goeie rauwe strot die hoort bij vrouwen in het rockgenre”, schrijft de één. “Ik hoop dat de zangeres van de band flink blijft roken, het geeft zo’n mooie kraak in haar vinnige stemgeluid…”, ook fijn. Maar op dezelfde site staat een maand later: “De zang is niet altijd even zuiver, die mag nog wel wat bijgeschaafd worden. Het jazzy nummer, gezongen door de bassiste, klinkt erg goed. Ze heeft op dit moment een betere stem dan de toetseniste.” Alle props voor onze bassiste, natuurlijk, maar eh... continuïteit, dames en heren.

Onze diversiteit, nog zo’n twistpunt. “Echt stijlvast zijn ze nog niet, maar bijzonder leuk is het wel,” schrijft de ene recensent. Maar nog geen week later lezen we dat “onze set van gimmicks aan elkaar hangt”. En in de volgende recensie (op dezelfde site): “Alleen dat flauwe Everybody On The Internet Is ... mag van mij de volgende keer op de setlist ontbreken.” Gelukkig hadden we de desbetreffende cynicus achterin de zaal zien staan, met z’n notitieblok en z’n borrelnootjes. Wisten we ook dat we het ons niet persoonlijk aan hoefden te trekken. En dan nog: alles is beter dan een recensie die niet uitgesproken nega- of positief is. Als rock-‘n-roll-artiest ga je pas echt dood als een recensent het volgende schrijft: “Al met al een zeer aardige set met leuke variaties en lekker in het gehoor liggende liedjes.” Aber nein... nein!

Maar het aller- allerergst zijn recensenten die geen idee hebben wie of wat je bent. Afgelopen vrijdag stonden we op de popronde in Nijmegen, waarna een criticus onze muziek omschreef als “blij gesjalala en woedend geschreeuw door wel erg jonge meisjes.” Nou vind ik 22 persoonlijk stok- en stokoud, maar daar kunnen de meningen nog over verschillen. Wat mij betreft houdt de ruimte tot meningsverschil op wanneer je ons betiteld als “onervaren”. “Na de enorme stoot ervaring, die de Popronde is, ben ik benieuwd hoe ze dan op het podium staan”, besluit dezelfde recensent zijn stuk. Nou weet ik niet hoe het zit met de andere popronde-bands, maar ik durf er mijn strot om te verwedden dat er weinig bands bij zijn die al sinds groep zeven bij elkaar zijn. Goed of slecht, daar valt over te twisten, maar onervaren... Godzijdank zijn recensies in mijn geval nog slechts aanleiding tot meewarig lachen, anders had ik me er misschien nog over opgewonden ook!